Ik ben de wereld

Anders denken in de 21e eeuw

Tijdens de corona lockdown in het voorjaar van 2021 heb ik het grondwerk van dit boek binnen 4 maanden geschreven. De vaart waarmee het uit de spreekwoordelijke pen vloeide is voelbaar in de tekst; zoals voormalig Denker des Vaderlands René ten Bos heeft opgemerkt, ‘het leest als een trein’. Daarna heb ik er natuurlijk nog een paar maanden aan verder geschaafd, mede op basis van de input van enkele 'meelezers'. Het boek zal rond 21 oktober 2021 verschijnen. Hopelijk kan ik spoedig daarna op deze pagina rapporteren over recensies en andere reacties. Merlijn Twaalfhoven schreef al hetvolgende: "Hoe bestaat het dat we zo makkelijk voorbijgaan aan grote en wezenlijke vragen in ons leven? Jan Warndorff beschrijft treffend hoe onze manier van denken tot zelfgenoegzaamheid en onverschilligheid leidt en we de magie van het bestaan op afstand zetten. In Ik ben de Wereld laat hij zien hoe we werkelijk anders kunnen denken en daarmee de verwondering en fascinerende complexiteit van het leven de ruimte kunnen geven.” Een mooie omschrijving!

Het boek bouwt voort op Geen idee door de noodzaak om op een andere manier te gaan denken en leven in een bredere historisch-culturele context te plaatsen. Ik beschrijf hoe de moderne westerse mens lijdt aan een superioriteitscomplex op twee fronten: enerzijds met betrekking tot andere en eerdere culturen, en anderzijds met betrekking tot de aarde, c.q. de natuur. De focus ligt nadrukkelijk op de activiteit van het Denken, met een hoofdletter, als één specifieke levenspraktijk. In een Voorwoord positioneer ik het boek nadrukkelijk als een humanistiek boek, en in een Nawoord neem ik de gelegenheid te baat om een voorstel te lanceren voor een Monument voor het Leven.

Een kleine sneak preview:

De westerling weet dat hij uit de aarde is voortgekomen – maar dat is voor hem geen reden om zijn verhouding tot de aarde te herzien. Hoewel hij heel goed weet dat hij een wonderbaarlijk schepsel is, met het vermogen om het totale aanzien van de aarde binnen een paar honderd jaar drastisch te veranderen: dat wat hem heeft voortgebracht blijft in zijn ogen een doofstomme brok materie. In plaats van zich te verwonderen over de aarde, bewondert hij slechts zichzelf. Alsof hij zelf voor zijn intelligentie, zijn creativiteit, zijn inventiviteit verantwoordelijk is. En alsof hij daarom de aarde helemaal niets is verschuldigd: geen dankbaarheid, geen eerbied, geen zorg. Alsof de aarde louter iets is voor hem om te verbruiken, om niet te zeggen te verkrachten.

[...]

Wij moeten toe naar een manier van Denken dat de Europese manier als slechts één bepaalde, historisch gegroeide denkvorm erkent, en daardoor ook andere manieren van Denken als gelijkwaardig accepteert. De verschillende beschavingen en culturen zijn, net als de verschillende talen waarvan zij zich bedienen, verschillende manieren om het leven op aarde van structuur en richting te voorzien.